Kunst op mars - instelling vs. initiatief

Het zal jullie niet ontgaan zijn, de hoofdlijnen van het nieuwe kunstenplan voor Amsterdam zijn verschenen. Wij vonden het van belang ons in het plan te verdiepen, en er met jullie over van gedachten te wisselen vóórdat het een voldongen feit is. Vandaar deze avond.


Voor we van start gaan wil ik nog kort toelichten wat onze intenties zijn. Toen ik het kunstenplan de eerste keer doorbladerde, trok het citaat van Robbert Dijkgraaf direct mijn aandacht. Hij had het over een zee van afbrokkelend drijfijs, waarin versnipperde kunstenaars opereren. Sinds 'de' bezuinigingen is de jonge cultuurmaker een behendige alleskunner gebleken, die van project naar project hopt langs een fijnmazig netwerk van contacten en collaboraties. Geheel in lijn met de tijdsgeest wordt zijn vrijheid enkel geëvenaard door de onzekerheid van zijn bestaan. Of dit een zegen is of een vloek, zal iedereen voor zich moeten uitmaken. Maar dat het poolijs smelt, en er steeds minder vaste grond onder de voeten is, daar zijn we het wel over eens.

Een veranderend habitat vraagt om nieuwe overlevingsstrategieën, en daar is ook het kunstenplan naar op zoek. We lezen dat “niet de kunst -en cultuurinstellingen zelf, maar de verbindingen daartussen steeds belangrijker worden. Want het zijn verbindingen en coalities die het gehele netwerk sterker en veerkrachtiger maken”. Met andere woorden: als grond onder onze voeten fragmenteert en vloeibaar wordt, zijn het netwerken die ons in staat stellen om samen te overleven.

De metafoor van Dijkgraaf lijkt het probleem én de oplossing even treffend als beknopt te vatten. Het is een metafoor die doet denken aan het werk van Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. In zijn boek 'De Barbaren' beschrijft hij de mutatie van onze cultuur, ingeluid door de komst van wat op het eerste gezicht cultuurbarbaren lijken. Maar zijn die barbaren van Baricco niet perfect uitgerust voor dit nieuwe landschap? Die barbaren, zo schrijft Baricco, worden door hun instinct weggeleid van verdieping op één punt. Zielloos, zou je kunnen denken. Maar in de almaar nieuwe verbindingen en knooppunten aan de oppervlakte blijken zij nieuwe betekenis vinden.

Goed, in de eerste instantie sprak het kunstenplan tot mijn verbeelding, en kon dus rekenen op mijn enthousiasme. Ik zag helemaal voor me hoe het plan “dynamiek en flexibiliteit” zou bieden, met als gevolg “experiment en vernieuwing”. En zo zou het de toekomst van onze hoofdstad als attractief laboratorium voor de kunsten veiligstellen.

Maar naarmate ik verder las in het plan, verloor ik die treffende metafoor uit het oog. Daar verscheen - uit de coulissen van de Stopera - een monumentale processie van de A-Bis. 21 instellingen met een brevet van internationale excellentie op de borst en een flinke ketenverantwoordelijkheid op de schouders. Dit werd het fundament van een nieuw bestel, aangevuld door een oude bekende, het AFK, die weliswaar een flinke groeispurt beleefd had.

Vanaf 2017 zullen zij het culturele bestel in Amsterdam vormgeven en beheren, veerkrachtige netwerken en behendige barbaren incluis. Hoe deze samen mijn koele metafoor moeten bevolken kan ik me nog niet precies voorstellen. Natuurlijk, de werkelijkheid van beleid en subsidie spreekt niet altijd tot de verbeelding. Het is dan ook allerminst relevant om te ruziën over geld, vroegtijdig zwarte pieten uit te delen of een vuist te heffen naar de gemeente. Kunst op mars, de naam zegt het al, gaat om het zetten van concrete stappen én het vinden van een wenkend vergezicht.

Wat ik jullie wil meegeven is de concrete uitdaging om deze twee werelden de komende jaren samen te brengen - van initiatief en instelling, van barbaar en monument. Als onze toekomst inderdaad afhangt van ons vermogen nieuwe strategieën te ontwikkelen, in vloeibare netwerken en dynamische coalities, laat vanavond daar dan één begin van zijn.